Toen ik zo’n twintig jaar geleden eigenaar werd van onze huidige privétuin gingen alle remmen bij mij los. Hier ging ik al mijn kunnen op botvieren! Het werd een soort Engelse cottagetuin opgedeeld in tuinkamers met verschillende sferen, zichtlijnen naar het landschap en een rijk sortiment tuinplanten. Mijn vrouw besloot zich te gaan storten op een universitaire studie dus ik had zeeën van tijd voor aanleg en onderhoud van de tuin die er, al zeg ik het zelf, na een aantal jaren prachtig uit zag.

Een jaar of vijf later werden wij gezegend met de geboorte van een dochter. En weer een paar later kwam zoonlief in ons leven. Weldra werd duidelijk dat in onze tuin ruimte moest worden gemaakt voor ‘De spelende mens’. Dat begon voorzichtig met de inbeslagname van het plantenkasje door mijn dochter. Zij had na vier jaar behoefte aan eigen woonruimte en vond het kasje daarvoor zeer geschikt. Daar kwam dus een soort buitenkeuken in voor haar waar zij vrijwel dagelijks de ‘heerlijkste’ brouwsels vandaan toverde. Weldra werd de tuin ook opgesierd met onder meer een speelhuis met schommel en glijbaan, een trampoline en (waarom ook niet?) een heuse kabelbaan.

In dit minipretpark verdrong ‘De Spelende Mens’ de esthetica naar de achtergrond. Maar wat ben ik blij dat ik mijn kinderen dit tuinplezier kan bieden. Wel werd soms duidelijk dat ‘De Spelende Mens’ in ons geval beter kan worden uitgelegd als ‘De Slopende Mensjes’.  Los van het vertier dat de speeltoestellen bieden, wordt geklommen in bomen, verrijzen er hutten en wordt het gazon door voetballende jongens vaker geverticuteerd dan eigenlijk nodig is.

Inmiddels wordt het in onze tuin al weer wat rustiger en ben ik bang dat ik over een aantal jaar ‘De Spelende Mens’ heel erg ga missen.

fotoJack

Jack van Haperen woont en werkt in Maarheeze als tuinontwerper/hovenier onder de naam Forma Verde.

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest