Toen ik 44 jaar geleden trouwde kon ik nauwelijks koken. Het huishouden leerde ik ook met vallen en opstaan. Mijn moeder vond namelijk dat ik dat allemaal maar zelf uit moest vogelen. Als kersverse bruid verhuisde ik met mijn eega naar de Achterhoek waar hij als KVV’er in dienst zat. De eerste drie maanden was ik nog op zoek naar werk en had zo ruimschoots de tijd om het vak van huisvrouw te leren Poetsen deed ik wel, maar niet met hart en ziel zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn artikel in maart “Hoe nu verder”. Koken was wél echt mijn ding, wat ik niet van mijn moeder kon zeggen. Die maakte er letterlijk een potje van. Wat dat betreft hoefde ik er echt geen spijt van te hebben dat ze me dat niet leerde.

Ik ging op zoek naar recepten en probeerde alles uit. Zo presteerde ik het om met kerstmis, twee maanden na ons trouwen, al een diner van zes gangen op tafel te zetten. Meestal pakte de recepten goed uit. Soms viel een recept tegen, maar daar leer je van. Ik volgde precies de uitleg van de recepten en gooide niet op goed geluk van alles in de pan. Toen ik op een dag postelein in de winkel zag liggen leek me dat wel lekker om eens te proberen. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord en had ook geen idee hoe dat klaar te maken, er was geen internet om het even op te zoeken. Ik kocht een bak vol en ging thuis aan de slag. Alle blaadjes werden van de steeltjes geplukt en daarna in boter gesmoord. Nou weet ik niet of u weet hoe klein die blaadjes zijn? Maar die waren dus niet groter dan een centimeter of wat. En leek het eerst nog wat volume te hebben, eenmaal gesmoord hield ik er niet veel aan over. ’s Avonds aten we met smaak ieder één eetlepel postelein. Dus voortaan maar de blaadjes aan de steeltjes gelaten.

Toen we kinderen kregen en ze een jaar of tien/twaalf waren, besloot ik dat zij van mij kookles kregen. Elke zondag kookte een van ons om de beurt, ja ook manlief. Ze mochten zelf de recepten uitzoeken, ik haalde de ingrediënten (zelf laten inkopen werd me te duur) en hield een oogje in het zeil. Behalve dat ze leerden koken, leerden ze ook met gewichten en maten werken. Heel educatief en nog lekker ook. Regel was wel dat ze zelf de keuken moesten opruimen. Dat gebeurde natuurlijk onder protest “we hebben toch gekookt”! Als ik na afloop de puinhoop zag was ik maar wat blij voet bij stuk te hebben gehouden. Zo dacht ik dus onze kinderen goed voorbereid te hebben op zelfredzaamheid met koken.

Totdat de kinderen uit huis gingen in verband met studie, dochter in Nijmegen en zoon stage in Zweden, bleven we het koken om de beurt op zondag vasthouden. Ze hadden ook het nodige geleerd op huishoudelijk gebied en konden dus de wijde wereld in, “die redden zich wel”. Ja dat dacht ik. Totdat ik terug hoorde dat dochterlief wat problemen had op het gebied van koken. Ze had dan wel lekker leren koken, maar dat was allemaal dure kost wat een student niet kon betalen want dat deed ik vroeger. Hoe het werkt met gewone recepten zoals spinazie stamp “zit er verder niets in een diepvriespak, alleen maar spinazie?” en hoelang je aardappels moet koken, daar had ze geen kaas van gegeten. Kortom, had ik toch nog wat opvoeding laten liggen.

Ze zijn ondertussen getrouwd en hebben zelf kinderen. Ze kunnen koken, maar doen het niet van harte. Had ik gedacht recepten met de kinderen uit te wisselen, dan kom ik bedrogen uit. Gelukkig houden hun partners wel van koken en kunnen we nog eens van elkaar leren. Ik ben nou wel benieuwd hoe het de kleindochters later zal vergaan: Gaan zoon en dochter hun eigen dochters leren koken? Laten ze het aan de partners over? Of moeten die meiden het net als oma zelf maar uitzoeken? Nou dan denk ik dat ik die taak maar op me neem, maar dan zal ik ook leren koken met klein budget , jong geleerd is oud gedaan.

 

wilma

 

 

 

 

 

Wilma Stofmeel richtte in Waalre Dansgroep Butterfly op. Na tien jaar stopte ze met Butterfly (die toen inmiddels uit ruim 100 leden bestond) en droeg het stokje over aan een nieuwe leiding. Inmiddels bestaat de dansgroep ruim zesendertig jaar en is een begrip in Waalre.

In 1990 startte Wilma Theatergroep Kinderspel. Ze  volgde de Basisregie opleiding In Tilburg en de Kaderregie opleiding in Venlo. Verder gaf ze theatercursussen in Valkenswaard, Veldhoven en Waalre en regisseerde verschillende volwassen gezelschappen en jeugdgroepen. Op verzoek van het NVA (Nederlandse Vereniging Amateurtoneel) volgde ze in Apeldoorn een masterclass om speciaal voor jongeren toneelstukken te schrijven.

In  2006 ontving Wilma de koninklijke onderscheiding Lid in de orde van Oranje Nassau voor haar bijzondere verdiensten op het gebied van theater voor de jeugd.

 

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest