Ik ben opgegroeid met klassieke muziek en kerkelijke gezangen. Toen ik klein was, zo’n acht- negen jaar oud, luisterde ik samen met mijn ouders ademloos naar “Picolo en Saxo” of naar “Peter en de Wolf”. Muzikale verhalen waarbij we spelenderwijs verschillende instrument leerden kennen en kennis maakten met klassieke muziek. Mijn vader hield ook veel van Gregoriaanse muziek, hij zat in een koor en zong het regelmatig. Soms hoor ik in gedachten nog zijn hoge tenorstem als ik naar zo’n koor luister, dan mis ik hem nog steeds.

Ik zong toentertijd zelf in een matrozenkoor, zoiets als de Wiener Sänger Knaben, maar dan gemengd met meisjes. We hadden best een hoog niveau en gingen stad en land af om in vooral bejaardentehuizen te zingen. Er is zelfs een plaat gemaakt waar ik aan mee heb gewerkt, maar die is jammer genoeg spoorloos verdwenen. Ik denk dat dit alles bij mij de basis heeft gelegd om later kinder-musicalliedjes te componeren.

In de pubertijd zette ik me tegen kerkmuziek en klassieke muziek af en ging voor het ruige werk en protestsongs. Ik was wild van Jimmy Hendrix, The Rolling Stones, Bob Dylan, daar kon ik helemaal van uit mijn dak gaan. Gelukkig hadden mijn ouders daar geen moeite mee. Toen ik verkering kreeg met mijn grote liefde, moest ik wel even wennen aan zijn muzieksmaak.  James Last is toch wel een heel ander kapittel, maar muziek verbroederd en als je eenmaal een concert van die man hebt meegemaakt ben je zo om. Tegenwoordig luister ik, dankzij André Rieu, ook weer graag naar klassiek. Een paar jaar geleden zaten we op het Vrijhof in Maastricht te genieten van zijn operette uitvoeringen. Heb je wel eens klassieke muziek opgezet als je door de bergen rijdt? Het is of je dan in een film zit. Net op het moment dat je een bocht omgaat en een nieuw landschap zich ontvouwt, gaat de muziek crescendo, magisch gewoon.

Doordat zowel manlief als onze zoon in verschillende orkesten spelen blijf ik muzikaal aardig bij de tijd. Ik kan enorm genieten als ze spelen, manlief op percussie en zoon op drums. Niet alleen vanwege de muziek, maar het meest om beide zo te zien genieten als ze er mee bezig zijn.

In december hebben we afscheid genomen van een neef, hij werd slechts negenendertig jaar. Hij was ook muzikant, liefhebber van Heavy Metal en Kiss. Bij binnenkomst  van de zaal in het crematorium was er symfonische muziek, die hij zelf had gecomponeerd. Tijdens de dienst kwam er een van de ruigere nummers voorbij. Zijn muziekvrienden vroegen om een staande ovatie als eerbetoon aan de overledene en aan zijn muziek. Dat deden we met volle overtuiging.

Muziek is emotie, om het leven te vieren of om er bij weg te dromen. Het troost je als je verdrietig bent en als je geen woorden meer heb, dan heb je altijd nog muziek.

 

 

Schermafbeelding 2016-07-29 om 16.13.24In 1979 richtte Wilma Stofmeel Dansgroep Butterfly in Waalre op. Na tien jaar stopte ze daarmee en droeg het stokje over aan een nieuwe leiding. Butterfly bestond toen inmiddels uit ruim 100 leden. In 1990 startte ze Theatergroep Kinderspel, volgde daarvoor de Basisregie opleiding In Tilburg en de Kaderregie opleiding in Venlo. Verder gaf ze theatercursussen in de regio en regisseerde verschillende volwassen gezelschappen en jeugdgroepen. Op verzoek van het NVA (Nederlandse Vereniging Amateurtoneel) volgde ze in Apeldoorn een masterclass om speciaal voor jongeren toneelstukken te schrijven. Sinds maart 2016 schrijft ze ook artikelen voor het weekblad De Schakel. In 2006 ontving Wilma de koninklijke onderscheiding Lid in de orde van Oranje Nassau voor haar bijzondere verdiensten op het gebied van theater voor de jeugd en in 2015 ontving ze daarvoor van de gemeente Waalre de vrijwilligerspenning.

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest