Toen we onze caravan kochten was die al vijftien jaar oud. In de loop van de jaren knapten we hem op en zo ging die nog vijfentwintig jaar mee. Uiteindelijk zakte hij letterlijk ‘door zijn hoeven’ en moesten we afscheid nemen. Wat bruikbaar was brachten we naar de Kringloop of we maakten er iemand blij mee. Alleen de luifel bewaarden we voor ‘je weet maar nooit’.

Toen we een hele zonnige zomer hadden en het sjouwen met de parasols zo’n gedoe vonden, kreeg ik het lumineuze idee de luifel aan de schutting te bevestigen. Let wel, dit is nog vóór de tijd dat je van de driehoekige schaduwdoeken had. Het bevestigen aan de schutting ging prima en er zijn genoeg punten waar de voorkant aan kan worden bevestigd. Ik bedacht ook een systeem om het doek op te rollen en vast te maken als het regende. Allemaal heel handig. Er is echter één ‘maar’: we hebben een kleine binnentuin en het doek moet boven een tachtig centimeter diepe zitkuil, met rondom wat  tuin, worden gespannen. Dat vraagt wel wat kunst en vliegwerk en acrobatiek. Ach je bent jong en lenig dus wat geeft het?

Nu zijn we heel wat jaren verder en het soepele en lenige is er een beetje af. Mijn lief maakt zich zorgen over die capriolen en vindt dat we op zoek moeten naar een andere oplossing. Zo gezegd zo gedaan. We bekeken hier en daar luifelsystemen die vanaf de grond in- en uit gedraaid kunnen  worden. Maar wat een prijzen! Dat vond ik moeilijk te pruimen, we hadden tenslotte jarenlang een slimme én goedkope oplossing gehad. Grote parasols waren geen optie, we konden de poot niet kwijt in de zitkuil. Een partytent dan? Die heb je ook in soorten, maten en prijzen. Dat zou kunnen, die laten we dan de hele zomer staan.

Van één (woestijn)tent was manlief bijzonder gecharmeerd. Ik zag het ook voor me: een grote tuin met die prachtige tent en een gezellig zitje eronder. Een ideaal plaatje. En toen keerde ik terug naar de realiteit en zag het ding in gedachten boven onze zitkuil staan. Met die partytent hadden we niet alleen heel veel schaduw, maar  blijft er ook niets over van ons tuintje.  Dat ging hem niet worden en dan nog eens die prijs, wat je met dat geld allemaal kunt doen. Wat nu?

Ach eigenlijk is het heel simpel, we hadden de oplossing al bij de partytent. Het oude vertrouwde zonnedoek spannen we aan het begin van de zomer en ruimen het in september of oktober pas weer op, zonder dat we het tussendoor oprollen. Mijn lief maakt in het doek een afvoer voor het regenwater, zo, opgelost. En het mooie is, daardoor hebben we drieduizend euro bespaard, want niet uitgegeven. Wat zullen we daar eens mee gaan doen? Misschien wat renovaties aan het huis? Dat moet dan wel een vakman doen, want manlief  mag van mij het dak niet meer op. Dat deed hij wel in zijn jonge jaren, maar dat gaat ook allemaal niet zo soepel meer.

 

 

Schermafbeelding 2016-07-29 om 16.13.24In 1979 richtte Wilma Stofmeel Dansgroep Butterfly in Waalre op. Na tien jaar stopte ze daarmee en droeg het stokje over aan een nieuwe leiding. Butterfly bestond toen inmiddels uit ruim 100 leden. In 1990 startte ze Theatergroep Kinderspel, volgde daarvoor de Basisregie opleiding In Tilburg en de Kaderregie opleiding in Venlo. Verder gaf ze theatercursussen in de regio en regisseerde verschillende volwassen gezelschappen en jeugdgroepen. Op verzoek van het NVA (Nederlandse Vereniging Amateurtoneel) volgde ze in Apeldoorn een masterclass om speciaal voor jongeren toneelstukken te schrijven. Sinds maart 2016 schrijft ze ook artikelen voor het weekblad De Schakel. In 2006 ontving Wilma de koninklijke onderscheiding Lid in de orde van Oranje Nassau voor haar bijzondere verdiensten op het gebied van theater voor de jeugd en in 2015 ontving ze daarvoor van de gemeente Waalre de vrijwilligerspenning.

 

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest