Iedereen heeft wel een traditie. Bij mij thuis werd de dag voor je verjaardag, ’s nachts om twaalf uur het Wilhelmus aangezet op de radio. Dat werd toen nog elke avond uitgezonden. Op zondag bad mijn moeder speciaal voor de jarige in de mis. Wij hebben lang met Sinterklaas de pakjes door het huis verstopt, zelfs toen de kinderen al groot waren. Toen ze slaagden voor de middelbare school hingen we de vlag uit en de vlag ging ook uit rondom Bevrijdingsdagen, de ene dag halfstok, de andere dag feestelijk in top.

Ik heb altijd wel iets gehad met tradities. Op vakantie ging ik graag kijken op ouderwetse boerenmarkten, bij plaatselijke tradities zoals ringsteken, of naar vendelzwaaien. Mooi is dat, een stukje folklore dat in stand wordt gehouden. Helemaal wanneer je de betekenis van die traditie weet. Neem bijvoorbeeld het gilde. Zo’n vijfhonderd jaar geleden ontstonden gildes een soort plaatselijke politie, bestaande uit mannen die de orde handhaafden. Nu moet de politie de orde handhaven, die is lang zo kleurrijk niet. Elk gilde heeft een eigen patroonheilige en een vlag met de beeltenis van de heilige daar op. Er zijn trommelaars, vendelzwaaiers en er wordt geschoten, maar dan op de ‘lepel’, de ‘wip’, of de ‘puist’. Heel ongevaarlijk dus. Zoals veel traditionele verenigingen kampen de gildes met leegloop. Jonge mensen zijn er niet meer voor te porren, vinden dat ze voor schut lopen in zo’n gilde pakje.

Hier in Aalst hebben we het St. Joris-St. Catharina gilde. Dit gilde bestaat om en nabij 475 jaar. Heel precies weten ze het niet. Eerst waren het twee verschillende gildes. Om die voor uitsterven te behoeden zijn ze samen gegaan. Veel gildes bestaan nog steeds alleen uit mannen. Ons gilde pakte dat anders aan. Zij lieten wel vrouwen toe, die brachten hun gezin mee en er was weer perspectief voor een toekomst. Hoe gewild de vrouwen waren bleek wel uit het feit dat er zeker vijf verschillende gildes waren die belangstelling hadden. De meisjes van het St. Joris en St. Catharina gilde krijgen bij andere gildes les in trommelen en vendelzwaaien. Een van hen, veertien jaar en enthousiast vendelzwaaier, wilde daarover op school een spreekbeurt houden. Helaas werd ze weggelachen en de juf adviseerde haar een ander onderwerp te kiezen. Een gemiste kans. Juf had er een mooi stukje geschiedenisles van kunnen maken. Nu zal ze nooit weten of er misschien andere jongeren waren die wel iets zagen in een stukje traditie. Tenslotte zijn er bij carnavalsverenigingen jeugdprinsen en prinsessen, daar wordt toch ook niet om gelachen.

We hoeven niet altijd in het verleden te leven met onze tradities. Helaas zijn er heden ten dagen weinig opties voor nieuwe tradities, meer van deze tijd. Een traditie staat voor saamhorigheid en verbinding. Je steekt ergens samen energie in. Een bijkomend voordeel is dat er ook relaties en huwelijken uit voort kunnen komen. Vroeger leerden stelletjes elkaar vaak kennen via de scouting, het gilde, een koor of de toneelgroep. Je had dezelfde interesses en achtergrond en de tijd om elkaar te leren kennen. Toch wat overzichtelijker dan met swipen een mogelijke partner zoeken. Je moet dan maar afwachten wat voor vlees je in de kuip hebt. Je kunt niet zien wat de kwaliteiten van hem of haar zijn. Nu denk je misschien: heb je haar weer met ‘vroeger was alles beter’. Tja, ik heb mijn lief leren kennen via een jeugdkoor en al vijftig jaar een goede relatie met hem. Dat lijkt met een goed motief voor mijn stelling.

 

Schermafbeelding 2016-07-29 om 16.13.24In 1979 richtte Wilma Stofmeel Dansgroep Butterfly op. Na tien jaar stopte ze daarmee en droeg het stokje over aan een nieuwe leiding. Butterfly bestond toen inmiddels uit ruim 100 leden. In 1990 startte ze Theatergroep Kinderspel, volgde daarvoor de Basisregie opleiding In Tilburg en de Kaderregie opleiding in Venlo. Verder gaf ze theatercursussen in de regio en regisseerde verschillende volwassen gezelschappen en jeugdgroepen. Op verzoek van het NVA (Nederlandse Vereniging Amateurtoneel) volgde ze in Apeldoorn een masterclass om speciaal voor jongeren toneelstukken te schrijven.  In 2006 ontving Wilma de koninklijke onderscheiding Lid in de orde van Oranje Nassau voor haar bijzondere verdiensten op het gebied van theater voor de jeugd en in 2015 ontving ze daarvoor van de gemeente Waalre de vrijwilligerspenning.

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest