Toen ik jong was, ik heb inmiddels de leeftijd bereikt dat ik dit kan schrijven, toen ik jong was hoorde je wel eens iets over een festival hier of daar. De meest memorabele was natuurlijk ‘Woodstock’ een festival dat in menig geheugen staat gegrift. Muziek, liefde en drugs. Zelf heb ik er twee meegemaakt: de eerst was op mijn vijftiende ‘De blauwe revolutie’ een heel onschuldig gebeuren. Het sterkste wat er gedronken werd was melk. Echt waar! Er traden bands op en Jonny de Zelfkikker (artiestennaam uiteraard) las in hoog tempo gedichten voor waar ik niets van begreep. Het enige waardoor ik in hogere sferen kwam was door te dansen op muziek van Jimmy Hendrikx. Daar kon ik helemaal van ‘uit mijn dak’ gaan en was dan even van de wereld. En dat alleen maar door een of ander stofje dat ik op dat moment in mijn lichaam schijn aan te maken. Verder slenterde je rond over de kunstmarkt, maakte leuke contacten en genoot met je vrienden van een fijne dag.

Het tweede festival ‘Concert at Sea’ maakte ik mee op mijn vierenvijftigste. Samen met mijn lief, onze zoon en zijn aanstaande. Dat festival was heel massaal. De bands die er speelden waren mini poppetjes in de verte, je kon ze het beste zien op grote schermen. Wat mij toen verbaasde was dat het publiek grotendeels met de rug naar het podium stond te kletsen met elkaar. Weinig kans om uit je dak te gaan daar. Lange rijen bij de eettentjes en de toiletten maakten het er ook niet gezelliger op. Na afloop was er dan nog een ware veldslag om in de bus naar huis te komen en dat was dan dat. Ik voelde me heel oud die dag.

De festivals schieten tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond en daarmee neemt het gebruik van opwekkende middelen toe, met alle gevolgen van dien. Tenminste, daar wordt het probleem van de drugscriminaliteit aan toegeschreven. Ik vraag me af of dit een kwestie is van de kip en het ei: komen er meer festivals door het gebruik van drugs, of zijn er meer drugs in omloop door de festivals?

Toen onze zoon op zijn achttiende met een groep vrienden op vakantie ging naar Zeeland deden zij daar hun eerste ervaring op met stimulerende middelen. Een van hen had een spacecake gebakken, die werd op de eerste avond gezamenlijk aangesneden. Zoonlief vertelde ons later hoe ze dat hadden ervaren: “We lagen op onze luchtbedden, vertelden hoe we ons voelden en wat we zagen. Het was een hele bijzondere ervaring en we waren even helemaal van de wereld. Toen de cake was uitgewerkt was de avond voorbij. We kwamen tot de slotsom dat het leuk was om dit eens mee te maken, maar dat het wel jammer was dat er ongemerkt een avond voorbij was gegaan. De rest van de cake hebben we verkocht, we wilden toch liever bij  bewustzijn vakantie vieren.” Ze hadden daarna nog een fantastische vakantie met  af en toe een biertje. Verder was er geen behoefte aan om in hogere sferen te verkeren.

Schermafbeelding 2016-07-29 om 16.13.24In 1979 richtte Wilma Stofmeel Dansgroep Butterfly op. Na tien jaar stopte ze daarmee en droeg het stokje over aan een nieuwe leiding. Butterfly bestond toen inmiddels uit ruim 100 leden. In 1990 startte ze Theatergroep Kinderspel, volgde daarvoor de Basisregie opleiding In Tilburg en de Kaderregie opleiding in Venlo. Verder gaf ze theatercursussen in de regio en regisseerde verschillende volwassen gezelschappen en jeugdgroepen. Op verzoek van het NVA (Nederlandse Vereniging Amateurtoneel) volgde ze in Apeldoorn een masterclass om speciaal voor jongeren toneelstukken te schrijven.  In 2006 ontving Wilma de koninklijke onderscheiding Lid in de orde van Oranje Nassau voor haar bijzondere verdiensten op het gebied van theater voor de jeugd en in 2015 ontving ze daarvoor van de gemeente Waalre de vrijwilligerspenning.

Deel dit bericht met je vrienden
Share on FacebookTweet about this on Twitter
Recommend to friends
  • gplus
  • pinterest