De verkoop- en het afsteken van vuurwerk wordt de komende jaarwisseling eenmalig verboden. Dit om extra druk op de al zwaar belaste zorg en op de handhaving van de openbare orde te voorkomen. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid ingestemd met dit tijdelijke verbod. Vanuit de noodzaak om de werkdruk in deze pandemie rond de jaarwisseling niet verder op te laten lopen, is vanuit de zorg, politie en burgemeesters verzocht om een tijdelijk vuurwerkverbod. Omdat de oorzaak van het tijdelijke verbod ligt in COVID-19, zullen mensen uit de vuurwerkbranche in elk geval gebruik kunnen maken van bestaande COVID-19 compensatiemaatregelen voor ondernemers. Daarbovenop krijgt de sector een vergoeding voor de veilige opslag van niet verkocht vuurwerk en het transport naar veilige opslaglocaties. Hiervoor trekt het kabinet in totaal zo’n 40 miljoen euro uit.  Het tijdelijke vuurwerkverbod geldt niet voor vuurwerk uit de zogeheten F-1 categorie. Dit is een licht soort vuurwerk, zoals sterretjes, trektouwtjes en sierfonteintjes.