Cranendonck belooft lokale bedrijven een kans, maar weet niet of ze die krijgen
CRANENDONCK - Het college van Cranendonck vindt dat lokale bedrijven een eerlijke kans moeten krijgen op gemeentelijke opdrachten — maar kan niet zeggen hoeveel opdrachten daadwerkelijk bij Cranendonckse ondernemers terechtkomen. Dat blijkt uit de antwoorden van wethouder Boelens op vragen van de VVD-fractie.
De VVD stelde de vragen nadat ondernemers hadden gemeld vaak pas van een gemeentelijke opdracht te horen wanneer de selectie van uitgenodigde partijen al rond was. Het ging daarbij om "onderhandse" aanbestedingen: trajecten waarbij de gemeente zelf bepaalt welke bedrijven een offerte mogen indienen, zonder open inschrijving.
Volgens het college gebeurt die selectie niet willekeurig. Per opdracht wordt een inkoopstrategie opgesteld op basis van kennis, ervaring, capaciteit en referenties, binnen de wettelijke eisen van gelijke behandeling en transparantie. Vestigingsplaats mag daarbij geen doorslaggevend criterium zijn — de gemeente mag lokale bedrijven dus niet zomaar voortrekken, ook al zegt het beleid wel oog te hebben voor de lokale economie en het mkb.
Hoeveel dat in de praktijk oplevert, blijft onduidelijk: een overzicht van opdrachten uitgesplitst naar vestigingsplaats van de opdrachtnemer bestaat niet. Om lokale bedrijven toch op de radar te krijgen, verwijst de gemeente naar de ondernemerslijst van inkooporganisatie Bizob, waar bedrijven zich zelf kunnen aanmelden (bizob.nl/register).
Het beeld dat ondernemers te laat worden geïnformeerd, herkent het college niet. Redenen om een lokaal bedrijf te passeren lopen uiteen: soms zijn er geen geschikte lokale kandidaten, soms loopt een aanbesteding via meerdere gemeenten tegelijk, soms haakt een ondernemer zelf af.
Ook de interne bevoegdheden liggen vast: de gemeentesecretaris, directeur en teammanagers mogen namens het college aanbesteden, met een goedkeuringsplicht boven 10.000 euro (budgethouder) en boven 100.000 euro (gemeentesecretaris). Het college ziet in de huidige aanpak voldoende waarborgen en geen reden om het beleid te evalueren.





